Bio-energie

Bio-energie is energie die is opgewekt uit plantaardig materiaal (biomassa). Voorbeelden van biomassa zijn snoeiafval, dunningshout, restafval van bijv. een houtzagerij, groente-, fruit- en tuinafval, agrarische overblijfselen (zoals stro en mest), slib en gewassen die speciaal worden geteeld voor energiedoeleinden (zoals wilgen, populieren, hennep). Bio-energie wordt gerekend tot een van de vormen van duurzame energie. Onder het begrip 'duurzaam' wordt niet door iedereen hetzelfde verstaan. Over het algemeen wordt bio-energie als 'duurzaam' beschouwd als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Zo mag er geen sprake zijn van schadelijke milieu-effecten, van uitputting van natuurlijke grondstoffen en dient de hoeveelheid plantaardig materiaal op peil te blijven door voldoende aanplant en onderhoud van bossen. Ook moet de benutting van natuurlijke grondstoffen zo optimaal en rendementvol mogelijk zijn. Bio-energie is sowieso te beschouwen als een vorm van hernieuwbare energie. Bio-energie is net als zonne-energie, windenergie en waterkracht afkomstig van een hernieuwbare, oftewel onuitputtelijke bron. Planten en bomen halen bij hun groei CO? uit de lucht en bij de omzetting van biomassa in electriciteit en warmte komt deze CO? weer vrij. Door de benutting van plantaardig materiaal wordt dus geen (extra) CO? aan de atmosfeer toegevoegd. De opwekking van bio-energie is een continu cyclisch proces van vastlegging en vrijmaking van CO?, die past in de natuurlijke kringloop. Het verschil met het natuurlijke kringloopproces is dat we de vastgelegde CO? in bruikbare energie omzetten, terwijl dat in de natuur volgens een proces van vertering en verrotting verloopt.