Kolenkachel

Een kolenkachel is een kachel die op kolen gestookt wordt. Bij de verbranding van kolen komt warmte vrij. Een kolenkachel werd vroeger gebruikt om een woning of gebouw te verwarmen. De kolen werden met een kolenkit uit het kolenhok gehaald en in de kolenkachel gegooid. Steenkool was in verschillende soorten en maten verkrijgbaar, zoals antraciet, eierkolen en cokes. Naast kooltjes werden ook briketten van steenkool of bruinkool gebruikt. De rookgassen werden via de kachelpijp naar een schoorsteenkanaal afgevoerd. De rookgasafvoer van een kolenkachel (ca. 98 mm) is vrij klein in vergelijking met een houtkachel. De meeste kolenkachels geven stralingswarmte af. Door het gebruik van een kolenkachel treedt er nogal wat vervuiling in huis op. Er komt roet en stof vrij, door de verbranding, maar ook door het verplaatsen van de kolen van het kolenhook naar de kolenkachel. Kolenkachels werden populair rond het begin van de 19e eeuw. Naast steenkool werd er ook gestookt met cokes, een bijproduct van de gasfabrieken. Op een gegeven moment verdrong het gebruik van kolen de tot dan toe belangrijkste brandstof; turf. Tot ca. 1960 werden kolenkachels veel gebruikt. Hierna werden kolenkachels op grote schaal vervangen door oliekachels en later door gaskachels en centrale verwarming. Deze ontwikkeling zorgde voor veel meer comfort, gemak en minder vervuiling. In het kachelmuseum van 't Stokertje Kachelparadijs te Orvelte kunt u nog vele kolenkachels bekijken. Voor meer informatie www.stokertje.nl.