WelkomOver ´t StokertjeAssortimentOpruimingMaandactieDienstenGastenboekContact & bezoek

AgendaE-mail ons


Stokertje Selectie - vind de haard van uw dromen
Geselecteerde leveranciers randassortiment

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen


Houtkachel info

 

Een houtkachel is een echte sfeermaker met zijn specifieke geur en geluid.

Wist je dat enkele houtkachels zelfs beschikken over een bruikbare oven!

Tevens is een houtkachel een goede zaak voor het milieu want wanneer er op hout gestookt wordt, draag je niet bij tot het broeikaseffect. Genoeg goede redenen voor een avondje knus borrelen bij de houtkachel! 

 

  

Klik hier voor belangrijke informatie over bepaalde merken houtkachels.

Klik hier voor algemene houtkachelinformatie. 

    houtkachel 1, Ganz, Anyfire

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

INFORMATIE OVER HOUTKACHELS 

 

Waarom openhaard of houtkachel stoken?


Houtkachels, houthaarden, houtvuur is sfeer van oudsher

      Historische schets openhaard, vuurplaats.

     
Open vuur en geloof

     
Vuur maken, het ontstaan van vuur

      De openhaard als centrum van de woning



Haard vuur, houtkachel en schouw, in spreekwoorden en gezegden


Capaciteit van de houthaard of houtkachel, het vermogen


Houtkachels en houthaarden en de gezondheid


Tips om de houtkachel of haard te stoken, stooktips

      Stooktips

      Veilig vuur maken in houtkachels

      Stappenplan vuur aanleggen in houtkachels

Voorkom verkleuring van wanden en plafonds a.g.v. houtkachels

      Het binnenklimaat

      Effecten bij het stoken van een haard of kachel

      Het ‘Fogging-fenomeen’

      Hoe kunt u deze problemen zoveel mogelijk voorkomen?


Brandstofkeuze voor houtkachels of houthaarden

      Houtkachels stoken op briketten en houtpellets 

      Houtkachels stoken met hakhout 

      Verwarming door houtkachels gestookt op zaagsel paraffine of

      bruinkool


Hakhout drogen, verkrijgen, kopen, hoe ga ik om met brandhout 

      Handig hout drogen

      Tabel droogtijden

      Wat is hout eigenlijk?


Schoorsteenbrand, schoorsteen kwaliteit

      De schoorsteen… een vernuftig iets.

      Het goede rookkanaal voor houtkachels en houthaarden

      Schoorsteenbrand uitmaken

      Onderhoud van het rookkanaal, schoorsteenvegen

      Asbest rookkanaal, wat nu ?

      Over smeden, schoorsteenvegers, as en rook.



Rookgasventilatoren


Milieubelasting door houtkachels of houthaarden 


     Hout stoken heeft nog wel eens een slechte reputatie.

     Bij volledige verbranding in houtkachels ontstaat.…

     Bij onvolledige verbranding in houtkachels ontstaat….

     Fijnstof uitstoot speelt ook bij houtkachels en houthaarden

     Hoe voorkom je overlast

     Wat te doen bij kans op overlast?



Rendementen en keuringen van houtkachels en houthaarden



De houtkachel past precies in de ontwikkeling van de klimaat neutrale woning 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom openhaard of houtkachel stoken?

Op deze vraag kunnen drie antwoorden worden gegeven. Omdat houtkachel stoken leuk is. Omdat het hotkachel gebruik (nog) goedkoop is. En omdat je voor je warmte onafhankelijk bent van de nukken en manipulaties van oliesjeiks, multinationals, ajatollah’s, energiecrisissen, uitvallende elektriciteitsvoorzieningen enz. Leve de houthaard.

Tijdens de strenge winter van ’78-’79 vielen in delen van het land cv’s uit, omdat de gasdruk door de lage temperatuur te gering werd, omdat tankauto’s van oliehandelaren hun cliëntele via ijzel- en sneeuwgladde wegen niet konden bereiken, en omdat plaatselijke elektriciteit het liet afweten. De houtkachel was een redding ! 

Hout stoken is leuk. Langs containers met sloopmateriaal schuimen wordt een maniakale sport. Zelf bomen vellen en klein maken, samen met andere houtstokers, is gezond en plezierig werk. Je bent buiten, gebruikt te weinig benutte spieren. Je krijgt een snuifje oerromantiek binnen. Sfeer dus van de houtkachel !! 

 

 

 

 

 Je bent bezig zelf in primaire levensbehoefte te voorzien. Het is net zoiets als je eigen, onbespoten, groente, fruit verbouwen, je eigen brood bakken.

Volgens sommige houtkachelverkopers wordt het een ongeneeslijke ziekte. Hout stoken is goedkoop – zolang niet half  Nederland ertoe overgaat een houtkachel aan te schaffen. De Nederlandse bossen leveren minder dan 10% van de inlandse papier- en timmerhout behoefte. Vrijwel alle bosexploitanten werken ondanks het subsidiestelsel met verlies. Het hout in de houthandel komt voor meer dan 90% uit het buitenland. De prijzen van timmer- en papierhout stijgen gestaag. De kosten van intensieve bosbouw zoals die in Nederland wordt bedreven, stijgen nog sneller. De enige toekomst die onze bossen hebben, is niet die van productiebos voor de papier- en timmerindustrie, maar die van recreatiebos, van loofbos, van ecologisch gezonde natuur waarin plaats is voor dode bomen, vogels en zoogdieren. De tijd van houtakkers, met rijtjes exoten zoals fijnspar, lariks, douglas enz. is voorbij. Sinds de ontdekking van het vuur wordt er in bossen gekapt en gesprokkeld. Zo lang er per halve hectare bos – waarin volwassen bomen staan en zaailingen en halfwas bomen, een struiketage aanwezig is en een kruidenlaag – jaarlijks zon 3,5 m3 brandhout wordt afgevoerd, wordt dit bos volgens Amerikaans onderzoek niet aangetast. Er blijft dan nog exploitabel kwaliteitshout over voor andere doeleinden, en het bos is ecologisch in evenwicht.

houtkachel anyfire beaufort  

 

 

 

 

 MENU

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Houtkachels, houthaarden, houtvuur is sfeer van oudsher

De open haarden, houtkachels en houthaarden zijn tegenwoordig weer zeer in trek. De tijd is voorbij dat het open vuur of een houtkachel alleen maar gebruikt werd in kastelen, landhuizen en boerderijen. Ook in de ‘rijtjeshuizen’ en in flatwoningen heeft de open haard of houtkachel haard zijn intrede gedaan, waarbij dan gewoonlijk wel gebruikt wordt gemaakt van geprefabriceerde modellen. Vooral nu de centrale verwarming steeds meer als een onmisbare voorziening wordt beschouwd en dikwijls al bij de nieuwbouw wordt aangebracht in de vorm van wijkverwarming, wil men naast de radiator, die al een dood ding in het vertrek staat toch wel een centrum hebben: een vuurhaard in de kamer. Niets voor niets hebben vele mensen de kolenhaard in ere gehouden, zelfs naast de c.v., alleen al voor de gezelligheid. Maar vooral dank zij de opkomst van de centrale verwarming en door een groter wordende hang naar romantiek is er een nieuwe grote kans voor de open haard , houtkachel of houthaard gekomen. Het gaat er nu niet zo zeer meer om dat het nuttig effect van een open haard niet zo kolossaal is en dat men bij een open haard ‘van voren verbrandt en van achteren bevriest’. Is dat toch het probleem dan is er volop keuze en vindt u altijd de houthaard van uw dromen.

houtkachel  houtkachel keuze

Er is behoefte aan een middelpunt in de kamer, aan een behaaglijk centrum, aan gezelligheid. En sfeer brengt de open haard, houtkachel en houthaard van uw keuze ongetwijfeld.

De grootste concurrent van de open haard of houtkachel is zeker niet de centrale verwarming; veel eerder de televisie, omdat zij beide kijktrekkers zijn. Velen willen wel een open vuur als aantrekkelijk middelpunt, als decoratief element.

Maar als men eenmaal besloten heeft een openhaard te bouwen of houtkachel te plaatsen dan komen dikwijls de teleurstellingen. Dan komt plotseling het technische probleem om de hoek kijken: het rookkanaal. In Nederland wordt bij de bouw vaak nog geen rekening gehouden met de mogelijkheid, dat men naast een c.v. een open haard zou willen hebben. Nog sterker: in sommige nieuwe wijken worden zelfs woningen gebouwd zonder rookkanalen.

houthaard deskundig advies omtrent bouw van een rookkanaal

En ondanks deze problemen worden er jaarlijks alleen in ons land bij nieuwbouw en verbouwing meer dan 30.000 open haarden gemaakt, nog afgezien van de moderne voorzethaarden. De laatste zijn dikwijls een oplossing voor huurwoningen.

Men heeft in grote lijnen twee soorten: de open haard, die ook werkelijk meespeelt als meubelstuk in het vertrek, of de open haard, die men als het ware alleen maar ziet wanneer hij brandt. Beide met hun zichtbaar vuur, als behaaglijk centrum, als romantisch middelpunt en met hun kijkspelachtig voordeel. De open haard speelt niet alleen in de wintermaanden als bijverwarming een rol, maar hij geeft alleen al voldoende warmte op lenteavonden en in het begin van de herfst, en in de zomer kan men er, naar engels voorbeeld, nog bloemen of planten in zetten waarvoor de Engelsman zelfs een speciaal haardtafeltje heeft. Het open, zichtbare vuur in de kamer heeft weer een nieuwe kans gekregen als bron van gezelligheid, als trekpleister en als een rustpunt in een jachtige tijd.

Stoken op gas is bijzonder populair in Nederland en Vlaanderen. Maar brandstofprijzen stijgen en er duiken alarmerende berichten op over slinkende gasvoorraden. Steeds meer mensen gaan op zoek naar alternatieven voor fossiele brandstoffen. Biomassa, zoals hout, is er een van. De houtkachel en houthaard mag zich dan ook in een vernieuwde belangstelling verheugen. Over stoken met hout – terug van eigenlijk nooit weggeweest.

haard meer hierover leest u op de site kachelbespaart.nl

Hoewel haardhout gewoon te koop is, zijn er heel wat mensen die zelf het sprokkelen en hakken ter hand nemen. Voor hen is het onderdeel van de romantiek die aan het stoken op hout verbonden is. Heerlijk in de frisse buitenlucht wat stammetjes klieven op de vrije zaterdag. En dan ’s avonds met een goed glas wijn bij de haard genieten van het knisperende vuur. Wat is er mooier dan dat? En sinds we onze houtkachel hebben, is aan het eind van de maand ook de gasrekening minder hoog.

Stoken op hout mag dan goedkoper zijn dan stoken op gas, wel zijn de houtprijzen enorm gestegen de laatste jaren. De Vereniging van Nederlandse Houtondernemingen noemt de prijsstijging ‘explosief'. De hogere kosten zijn deels te verklaren door een toenemende vraag in opkomende economieën als Brazilië en China – niet alleen in westerse landen gaat het economisch goed. Landen die hout eerst vooral exporteerden, gebruiken het nu meer en meer zelf. Daar komt bij dat er minder illegale kap is en houtproducerende landen in toenemende mate hun bossen duurzaam beheren. Het heeft allemaal invloed op het aanbod van hout, en dus op de prijs. Met hout uit eigen tuin bent u natuurlijk het goedkoopste uit. Maar ook als u haardhout koopt, is het een relatief voordelige energiebron.

kachel open haard hout kopen ?

Het milieu heeft weinig te lijden van het stoken met hout. Door het gebruik van fossiele brandstoffen, zoals aardgas, olie en kolen, neemt de opwarming van de aarde toe. De keuze voor hout daarentegen, past prima bij het streven naar minder broeikaseffect. Hout stoken is CO2 - en dus klimaatneutraal. De uitstoot van CO2 is bij verbranding niet hoger dan wanneer het hout in de natuur zou vergaan; het is een gesloten CO2 -kringloop. Bovendien is hout een duurzame, ecologisch hernieuwbare grondstof: het raakt niet uitgeput. Veel houtproducenten planten meer bomen aan dan dat ze weghalen. Met het oog op het milieu wijst de overheid nog op het belang van een kachel met de juiste capaciteit. Hoe hoger het rendement, hoe meer warmte het toestel levert, hoe lager de milieubelasting. 

houtkachel helex binkie - reny - barbas - faber

MENU

 

 

Historische schets openhaard, vuurplaats.

Het vuur heeft vanaf het begin bij alle volken een grote rol gespeeld, in het dagelijks gebruik, in de cultuur en de ritus. Toen mensen nog in holen en hutten woonden hadden ze al een diepte in de vloer, waar op stenen of op de grond een vuurhaard werd gemaakt. De rook kon dan door een gat in het dak verdwijnen.

Pas veel later kwamen de met leem besmeerde schoorstenen in gebruik en geleidelijk aan kreeg de mens een ander vuurcentrum in huis: in het begin van de negende eeuw was dat nog een eenvoudige nis in een dikke muur. De rook moest toen voortaan door een gat in de muur naar buiten. Langzaam maar zeker groeide de ‘schoorsteen’ uit; er kwamen muurtjes bij met consoles, die in de Romaanse tijd met wapens en emblemen werden versierd. Maar vooral in de gotiek en de renaissance kwamen er monumentale open haarden, terwijl er ook later, in de barok en de rococo, werkelijk pronkstukken werden gebouwd. Tot in de middeleeuwen zijn de haardkuil en de verhoogde tafelachtige haard, oorspronkelijk meer een offerhaard en later de kookplaats, in gebruik gebleven. 

De schouw kwam er pas in de twaalfde eeuw. Zij kwam op twee zware schoor-, schraag of draagstenen te rusten. Daarvan werd dan ook de naam schoorsteen afgeleid.

In de veertiende eeuw waren er op sommige plaatsen zelfs speciale huizen, waar men zich voor weinig geld kon warmen, de zogenaamde stoven of algemene haarden, inrichtingen, apart voor mannen en voor vrouwen, die bij sommige gasthuizen werden gesticht en waar vooral de reizigers en armen zich rondom de open haard schaarden. ‘de stoof – zo luidt een oude beschrijving –was dikwijls alleen voor armen bestemd. Gedurende de winter werd er bij dag en nacht goed vuur onderhouden opdat de verkleumde arme, die hier binnen mag komen, niet tevergeefs naar weldadige warmte behoeft om te zien.’ 

De kachel had intussen ook haar intrede in de woning gedaan, maar nog in de 18e eeuw wordt daarvan gezegd: ‘kaggels houde ik zeer naadelig omdat de kinderen dan altoos in eene onzuivere en vogtige lugt woonen, welke niet gemakkelijk ververscht kan worden.’ Daarom – zo zegt de schrijver uit die tijd – is die met ijzer van binnen en met steen van boven. Toch kende men de ‘kacheloven’ al enkele eeuwen, ook in ons land. In 1496 kocht het H. geestgasthuis in Deventer ’t we kachelover’ die ‘ in de stove’ kwamen te staan’, en in 1556 kreeg het kasteel boetselaersborg in ’s-Heerenberg een nieuwe stookgelegenheid, die bestond uit een ijzeren kacheloven met een bovenstuk van tegels.

 

 

 

 

In de zestiende eeuw vestigden zich in ons land ‘chachelmaickers’ uit Duitsland, die met eigen pottenbakkersovens werkten. Vanaf die tijd kwamen de ijzeren kachels ook meer in gebruik, al bleven de oude types nog in zwang, zoals die, welke opgebouwd werden uit’163 cachelsteenen’, zoals in 1642 in de latijnse school in Den Haag.

 

 

 

 

 De open haard heeft lange tijd tegen gehad, dat hij te veel rook ontwikkelde. Men kende de wetten over warmte en opstijgende gassen ook nog niet ook nog niet. Vandaar dat men de open haard dieper inbouwde, waardoor echter weer veel warmte verloren ging.

In 1594 ontwierp de Engelsman sir Hugh Platt de eerste kleinere haard. De achterkant daarvan maakt hij van een warmtereflecterend materiaal. Baksteen vormde toen nog het hoofdbestanddeel. Sir John winter bracht in 1658 echter de ijzeren open haard naar voren en twintig jaar later introduceerde Prince Ruperts een open haard, die veel ondieper was.

 

 

 

 

 Het zou tot 1709 duren voordat de fransen Savot en Gauger in dit verband een ontdekking deden wat de warmtecirculatie in de haard betrof. Gauger ontwierp zeven types, zelfs met roosters. De beroemde ‘Cheminee de Nancy’ uit 1738 had weer een nieuw voordeel in de vorm van een metalen kap boven de haard, waardoor de rookgassen beter afgevoerd konden worden, terwijl bovendien de kap zelf nog warmte afgaf. In diezelfde tijd kwam Benjamin Franklin in de vs met zijn pennysalvanian fireplace’ : een ijzeren haard, waarin zich ook een opwarmkamer bevond voor aangezogen lucht. Dit type is in deze tijd weer overal verkrijgbaar. Franklin pleitte als eerste voor de bouw van schoolstenen aan binnenmuren.

In Engeland had men intussen weer ontdekt, dat de vuurplaatsen bijna altijd te hoog lagen. Het was ook een Engelsman, prof. Benjamin Thompston, graaf van Rumford, die met een nieuw systeem voor den dag kwam. Hij zag verband tussen de grootte van de stookplaats en de doorsnede van het schoorsteenkanaal. De graaf maakte echter een fout: hij ging uit van de veronderstelling, dat de rookgassen voor langs het rookkanaal omhoog gingen.

houtkachel inzethaard inbouwhaard

 

 

 

 

 MENU

Open vuur en geloof

Bij de oude Indo-germanen was de vlam de god Agni, die door het wrijven van twee stukken hout op elkaar op aarde was geroepen. Men ontving de vlam met eerbied en laafde hem met boter. De vlam bracht dan de wensen over aan de goden.

 

 

 

Ook bij de Grieken en romeinen vereerde men het vuur in de gedaante van de godheid van de huiselijke haard: Vesta

De haard, het middelpunt van het huisgezin, werd het heiligdom van deze oudste godin voor de mensen, die bij de grieken Hestia heette. Te harer ere werd in het Prytaneaeum een eeuwig vuur brandende gehouden en bij het stichten van nieuwe nederzettingen gaf men iets van dit vuur mee om het weer te ontsteken in de nieuwe stad.

 

 

 

 

 In Rome zorgden zes jonkvrouwen – de Vestaalse maagden – voor het eeuwige vuur. Wanneer het vuur doofde werden zij gegeseld. En dan moet het vuur ontstoken worden door stukken hout tegen elkaar te wrijven of door een brandspiegel in de stralen van de zon te houden. De Vestaalse maagden genoten vele voorrechten en was ook een teken van geluk wanneer men haar tegenkwam. Zo werden de straffen kwijtgescholden aan die misdadigers, die op weg naar de strafplaats een van de Vestaalse maagden ontmoetten.

Maar op haar beurt werden deze vuurvrouwen hard aangepakt als zij schuldig warden bevonden aan een vergrijp tegen de eerbaarheid. Het vuur moest immers zuiver blijven. Ze werden dan in een onderaards hol, waarin een rustbed stond en waarin ook voedsel was neergezet, geworpen.

houtkachel liftdeurhaard inbouwhaard barbas bellfires kalfire stuv jide

MENU

  

 

 

 

 

 

 

 

 

Vuur maken, het ontstaan van vuur

De meeste volkeren wisten al gauw hoe zij vuur moesten maken. Maar desondanks bleven zij toch voorzichtig, omdat zij altijd een vuur aanhielden.

Wanneer men op reis ging werd een smeulend stuk hout meegenomen om onderweg meteen gereed te zijn. Het was lang de gewoonte om het haardvuur onder de as aan te houden. En eenmaal per jaar, tijdens het midwinterfeest, werd in het huis het vuur vernieuwd.

Voor kerstmis had men dan nog een apart stuk hout, het kerstblok, dat dagen aan een stuk moest blijven branden tijdens de feestdagen. Het kerstblok werd lang van tevoren zorgvuldig uitgezocht en bewaard. De kinderen mochten het dan binnenbrengen. Het kerstblok was in tal van Europese landen bekend; in Engeland werd het met veel vertoon het huis binnengedragen. Iedereen moest er dan om de beurt op gaan zitten en iets drinken.

Men had vroeger ook een zogenaamd achteraanblok. Dat diende als achterwand van het houtvuur. Het was een soort haardplaat van hout, die wel eens met het vuur meegloeide, maar toch eigenlijk slechts zeer langzaam mocht verkolen. Het achteraanblok moest, als het goed was, het hele jaar  meekunnen. Vooral in Friesland waren deze achteraanblokken in gebruik. Met kerstmis werd er dan een nieuwe houten haard-‘plaat’ neergezet.

Tot in deze eeuw was het in verschillende plaatsen nog steeds het gebruik om elk jaar opnieuw een vreugdevuur te ontsteken. Eerst moest dan de nieuwe brandstof worden opgehaald; het oude haardvuur werd vervolgens gedoofd. Door wrijving werd nieuw vuur gemaakt, waarmee de brandstapel werd aangestoken; met een  brandend stuk hout ging men dan vlug naar z’n eigen huis om de haard weer aan te steken. De oorspronkelijke betekenis hiervan was, dat de zon door het hernieuwde vuur versterkt werd, terwijl er tevens mee bereikt werd, dat de boze geesten werden verdreven.

Pas later ging men vuur maken met behulp van gereedschap: de vuurslag, die om een vuursteen werd geslagen. De vonk werd opgevangen door een tondel en weer bewaard in een tondeldoos. Een tondel was een gebrande linnen lap, die in een doos werd gedaan. Daarmee kon men dan wat later het vuur in de haard aanmaken. Maar uiteindelijk zouden de lucifers het toch winnen.

 

 

 

 

 houtkachel speksteenkachel altech tulikivi speksteen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De eerste ‘vuurstokjes’ werden omstreeks 1805 gemaakt in Parijs en tien jaar later ging derosne deze van fosfor voorzien voor het ontsteken van vuur. Er kwam al een verbetering van het product omstreeks 1830 toen Jones strijklucifers ging maken, die een kop van zwavel kregen, overtrokken met zwavel-antimoon en chloorzure kali. Deze lucifers moesten dan tussen twee met zand bedekte papiertjes worden getrokken.

In dezelfde tijd werden de eerste luciferfabrieken opgericht, maar de vervaardiging van dergelijke vuurstokjes werd zo gevaarlijk geacht dat, de overheid ze in verschillende landen ging verbieden. Eerst nadat omstreeks 1840 de chloorzure kali gedeeltelijk door een mengsel van menie en bruinsteen werd vervangen en uiteindelijk helemaal door loodsuperoxyde kwam de luciferfabricage pas goed op gang. Het was Bottger, die in 1848 met een nieuwe vinding naar voren kwam: er kon rode fosfor op de wrijfvlakken voor fosforvrije lucifers worden gebruikt.

En dan werden dan de zogenaamde veiligheidslucifers. Vooral zweden trad hiermee op de voorgrond, maar als spoedig werd de fabricage ook in andere landen op grote schaal ter hand genomen. Het gebruik steeg al gauw tot ruim 2 miljard stuks per dag. In sommige landen kwam men op het idee om een luciferbelasting in te voeren; men begon zelf met staatsfabrieken. Luciferhoutjes worden hoofdzakelijk gemaakt van populieren-, wilgen-, linde- en essenhout, dat in water wordt gekookt om het minder bros te maken. Het hout wordt geschilderd en gesneden tot de gewenste dikte, gepolijst en soms nog geschaafd. De stokjes krijgen dan een zwavel- of paraffine-bolletje en worden tenslotte automatisch in doosjes verpakt.

Voor 1 miljoen lucifers heeft men ongeveer 8 kilo zwavel nodig. De luciferkoppen bestaan verder uit een bindmiddel. Het gebruik van fosforhoudende koppen werd in 1906 in de meeste landen al officieel verboden. De in licht ontvlambare massa gedoopte bolletjes hoeft men maar op een ruw vlak of op een geprepareerde laag te wrijven om een vlammetje te krijgen. Daarnaast kwamen dan later weer de aanstekers, waarin de vuursteentjes weer een rol gingen spelen.

 vrijstaande houtkachel convectie barbas scan jotul dovre anyfire

 

 

 

 

Vuur spreekt tot de verbeelding. Wie van ons heeft als kind niet eens geprobeerd een fikkie te stoken? Of toch op zijn minst toegekeken hoe een stoer vriendje dat deed. Met een aansteker of een paar lucifers is vuur maken een fluitje van een cent. Vroeger was dat wel anders. Toen moesten de mensen heel wat meer moeite doen om een vuur aan het branden te krijgen.

Wanneer mensen geleerd hebben vuur te maken, is niet precies duidelijk. Vuur is er immers altijd geweest. Op een natuurlijke manier ontstond het door bijvoorbeeld blikseminslagen en vulkaanuitbarstingen. Vuur is altijd bijzonder belangrijk geweest voor de menselijke ontwikkeling. Het zorgde voor warmte en licht, je kon ermee koken en allerhande materialen mee bewerken. Al snel ontdekten mensen dat het handig was dit vuur mee te nemen naar andere plaatsen. Vuur was een uitstekend ‘wapen' bij de jacht: brand een stuk land plat en het wild vlucht ... recht in de handen van de jagers. Ook brandden stammen bos plat voor het bouwen van nederzettingen en het verkrijgen van vruchtbare landbouwgrond.

Als je zelf geen vuur kunt maken, is het erg onhandig als het vuur dooft. En dus doken er al snel ‘vuurbewaarders' op. Hun taak was het om het vuur altijd brandend te houden. Wanneer een stam naar andere streken trok, bijvoorbeeld omdat daar meer voedsel voorhanden was, namen zij het vuur mee. Dit gebeurde met behulp van een stok of gloeiende kool. Ze werden ware vuurspecialisten. Zelfs over grote afstanden wisten ze vuur te vervoeren zonder dat het doofde. Wanneer dit onverhoopt toch eens gebeurde, was er natuurlijk een probleem. Wat dan? Je kon iemand zoeken die zijn vuur wilde delen - of het stelen van anderen. Niet gek dus dat mensen op zoek gingen naar manieren om zelf vuur te ‘maken'.

Archeologen schatten dat het zo'n 500.000 jaar geleden is dat de mens zelf de kunst van het vuur maken leerde. Haarden komen we pas bij de Neanderthalers tegen (150.000-300.000 jaar geleden). De eerste reproduceerbare manieren om vuur te maken, waren gebaseerd op frictie. Mensen ontdekten dat als je maar snel en lang genoeg wrijft, zoveel warmte ontstaat dat je er licht ontvlambare materialen mee kunt aansteken. In de prehistorie kenden ze twee manieren: droog hout wrijven en stenen tegen elkaar slaan.

Wanneer je twee stukken hout langs elkaar wrijft, komt er veel hitte vrij en ontstaat een soort houtpoeder. Door te blazen gaat de smeulende massa gloeien. Als je zorgt dat er tondel onder ligt, gaat ook die gloeien. Tondel is een licht ontvlambaar materiaal, bijvoorbeeld lisdoddenpluis, de hoed van de tondelzwam, of niet geheel verkoold linnen of katoen. Op deze manier maakten mensen in de prehistorie hun eerste vuren.

Een andere manier van prehistorisch vuur maken, is het vuur slaan met behulp van stenen. Daarvoor is een aambeeld nodig, een tondel en een vuurslag. Dit laatste is een stuk staal waarmee je vonken uit een vuursteen slaat. Er zijn twee manieren: de slagijzermethode en de zwavelkiesmethode. Bij de slagijzermethode schamp je met een vuurslag over een steen. De vonken die daarbij ontstaan zorgen, in combinatie met de tondel, voor vuur. Bij de zwavelkiesmethode sla je geen vonken, maar maak je gebruik van wrijving. De deeltjes die van de steen loslaten, verbranden meteen door het hoge ijzer- en zwavelgehalte.

Zin gekregen om zelf vuur te maken? Zorg dan voor een dosis geduld, regel een vuursteen of haardblok en ga op zoek naar de tondelzwam. Deze laatste vraagt wel om een speciale behandeling. In laagjes gesneden en goed gedroogd, week je die voor gebruik het beste in paardenurine. Iets te omslachtig? Kies dan gewoon voor een kachel of haard. Lucifer erbij, knop omdraaien en ... heerlijk genieten bij een behaaglijk vuur.

kachel en haard Meer over het ontstaan van vuur en live demonstraties ambachten ?

 
design houtkachel en houthaarden

De Vereniging Haard en Rookkanaal constateert de laatste tijd een stijging van de interesse in houtkachels. "Mensen komen erachter dat stoken met hout slim is. Het bespaart op de gasrekening. Ze rekenen zelf uit wat de energieopbrengst uit hout is. 

MENU

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


De openhaard als centrum van de woning

De haard is altijd het architectonische en sociale centrum van de woning geweest.

De meest oorspronkelijke blokhutten heten dan ook in Noorwegen nog aarestue haardhuizen, en in zweden rookbuizen. De architectuur van het scandinavische boerenhuis wordt beheerst door een centrale haard waaruit de rook en walm een uitweg zochten door de ljore of lyre en later door een primitieve schoorsteen, welke met een houten klep tegen sneeuw en windval kon worden afgesloten.

In heel Noord-Europa concentreert zich aan de haard het maatschappelijk en geestelijk bestaan van de bewoners. Daar trof men ook de zetel aan van de boerin, die aan de haard, bij afwezigheid van de man, feitelijk het gehele bedrijf overzag en kon besturen. Dat is nog algemeen zeer duidelijk te zien aan de haard van het achterhoekse los hoes. De brouwe als hoedster van het haardvuur, kon daarbij in de zwarteberookte roodkoperen smodde de koffie zetten en in de groete ijzeren pot de aardappels en het varkensvoer koken. Tegelijkertijd  kon ze het spinnewieltje laten snorren en met een blik controleren, of de spreekwoordelijk luie wever in zijn half-duistere kamertje onder de hilde zijn dagtaak naar behoren volbracht in het voordurend heen en weer laten schieten van zijn spoeltjes door het getouw. Al de huiselijke bezigheden van de meid in het open washok kon zij volgen en over de deel zag zij door de wijd los staande nien- of baanderdeur, of de knechten op het erf hun plicht deden en verder op de akkers, of de werkzaamheden van het ploegen, eggen, zaaien, wieden of oogsten hun normale dagelijkse voortgang hadden. Was de boer naar de markt, dan wist hij zijn hoeve veilig in de hoede van de boerin door de in lood gevatte ruitjes van het achteroet bij de haard zag ze in kruidhof en wat verder in de iemenschoer, het spieker en het bakhoes.

houtkachel open haard haard partij openhaard liftdeurhaard 

 MENU

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Haard vuur en schouw, in spreekwoorden en gezegden.

 

 

 

Er zijn heel wat spreekwoorden en gezegden, waarin de haard, het warmende vuur en de schouw een rol spelen. Er werden ook verschillende spreuken in schouwen verwerkt, door deze in te kappen of er op te schilderen. We laten hier een aantal van die uitdrukkingen volgen, bekende en meer onbekende.

Eigenhaard is goud waard.

Bij andermans haard(vuur) is het goed warmen.

Beter aan een klein vuur warmen dan aan een groot vuur branden.

Een man zonder vrouw is een haard zonder vuur.

Een houtje in ’t vuur is niet genoeg,  het wil gezelschap.

Die een vlam wil maken vindt wel een zwavelstok.

Als het vuur rookt kan men de vlam verwachten.

Die het dichts bij het vuur staat warmt zich het beste.

Die vuur wil hebben moet rook kunnen dragen.

Hij wakkert het vuurtje aan (en houdt zich schuil).

Die te dicht bij het vuur zit brandt zich de schenen.

Let wel: van 1 vonk kan een heel huis afbranden.  

 

 

 

 

Waar men het houtje stookt, daar rijst de vlam.

Krom hout zingt en bevroren turf luistert ernaar.

Groen hout maakt heet vuur.

Dor hout brandt het eerst.

De mens is het dier dat vriendschap gesloten heeft met ’t vuur.  

 

 

 

 

Steek geen vuur aan dat ge niet kunt doven.

Turf en hout houdt geen gezelschap.

Wie in ’t veen ( ook: aan het vuur) zit kijkt niet op ’n turfje.

Hoe dichter bij het vuur, hoe heter.

Kwade wijven kunnen goed vuur stoken.

Hoe meer men bedekt, hoe groter hitte het verwerkt.  

 

 

 

 

Men moet geen water met vuur mengen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van goed hout krijg je het beste vuur.

Je kunt geen vuur met vuur blussen.

Vuur bij vlas brandt wonderras.

Het behoort alleen tot ’s mensen zaken om vuur te maken.

Vuur dat schijnt gedoofd, sluimert vaak onder de sintels.

Stront, vuur en zotten willen niet geraakt zijn.

Wilt ge brand vermijden, veeg dan bijtijds de schouw.

Men moet de haard doven voordat het vuur het dak uitslaat.

Speel niet met vuur.  

 

 

 

 

Er gaat niets verloren als de rook van de schouw.

 

 

 

 

Eigen vuur(ook: rook) is alles(goud) waard.

De haard vat dadelijk vuur, heb niet dezelfde kleur.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is nergens beter dan aan de huiselijke haard.

Eens zal men toch naar zijn haardstede wederkeren.

Veel vuur kan warmte verdragen.

 houtkachels houthaarden

MENU

 

 

 

 

Capaciteit van de haard of kachel, het vermogen

Zoekt u een verwarmingshaard of juist één voor de gezelligheid? Uw kachelspecialist zal dat graag met u willen bespreken.

Hij zal er op letten dat de capaciteit van uw toekomstige houtkachel of haard perfect past bij uw woonruimte. Met name voor een sfeerhaard is het van belang dat deze niet te veel capaciteit heeft, zodat u de haard niet te getemperd hoeft te stoken.

Bereken het vermogen aan de hand van een grafiek.

Want als u de uitgekiende verbranding van de houkachel of haard optimaal kunt benutten, brandt deze ook het schoonste.

MENU

 

Houtkachels en houthaarden en de gezondheid

Houtkachels, houthaarden en open haarden leveren vooral een gezellige sfeer; ze worden niet vaak gebruikt als enige verwarmingsbron in huis. Hout stoken met een houtkachel kan wel gezondheidsrisico's en milieubelasting opleveren.

Een op de vijf woningen in Nederland heeft een houtkachel, houthaard of open haard. Geschikt voor verwarming zijn in principe alleen de vrijstaande, gesloten houtkachels met een hoog rendement, pelletkachels en tegel- en speksteenkachels. Houtbriketten zijn het meest geschikt als brandstof voor hout stoken in huis.

Uit een houtkachel kunnen gassen vrijkomen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Daarom zijn luchtaanvoer en een goede stookinstallatie noodzakelijk; net als het stoken van schoon, droog hout of pellets. Denk voor de veiligheid en het milieu ook aan de juiste manier van stoken en regelmatig onderhoud van de schoorsteen.

MENU 

Tips om de houtkachel of haard te stoken, stooktips

Stooktips

Sommige kachels heten 'allesbrander'. Toch zijn ze alleen geschikt voor hout. De vakman spreekt daarom alleen over houkachels of houthaarden. (RTL artikel nieuws)

  •  

    Laat minimaal eens per jaar de schoorsteen van uw houtkachel vegen en controleren. Volg bij installatie of aanbouw de regels van het Bouwbesluit.

    Laat minimaal eens per jaar de schoorsteen van uw houtkachel vegen en controleren. Volg bij installatie of aanbouw de regels van het Bouwbesluit.

    Laat minimaal eens per jaar de schoorsteen van uw houtkachel vegen en controleren. Volg bij installatie of aanbouw de regels van het Bouwbesluit.

     

    Laat minimaal eens per jaar de schoorsteen van uw houtkachel vegen en controleren. Volg bij installatie of aanbouw de regels van het Bouwbesluit.

     

     

  • Sluit bij een schoorsteenbrand direct de luchttoevoer naar de houtkachel of houthaard. Doof het houtvuur met zand. Gebruik geen water, dat kan ontploffingen geven.

     

     

     

  • Maak de open haard of houthaard niet schoon met een stofzuiger. De stofzak is zeer brandbaar: één gloeiend stukje hout en de stofzuiger brandt.

     

     

     

  • Gooi as uit open haard of houtkachel niet bij het groente- fruit- en tuinafval, maar bij het gewone huisvuil.

     

     

     

  • Voorkom ophoping van schadelijke verbrandingsgassen en radongas: ventileer extra als u de houtkachel stookt in huis, zeker als u een mechanisch afzuigsysteem heeft.

     

     

 

houtkachel met liftdeur principe houthaard

 

 

MENU 

Veilig vuur maken in houtkachels

 

Hoe eenvoudig het stoken van een open haard ook schijnen moge, toch vereist het veel voorzorgen, opmerking en nadenken, wanneer het er op aankomt het op voordelige wijze te doen’. Wist men al lange tijd geleden te vertellen. En dan ging het daarbij vooral om het koolstofgehalte, het waterstofgehalte en het zuur- en stikstof gehalte van de te gebruiken brandstof. Hout bestaat voor 49% uit koolstof, 6% uit waterstof en 45% uit zuur- en stikstof. Het gehalte van deze stoffen komt bij turf op 52% koolstof, 6%waterstof en 41% zuur- en stikstof. Bij kolen ligt het gehalte, van bruinkool tot antraciet 66-94 % koolstof, van 5 tot 2% waterstof en van 28 tot 3% stikstof en zuurstof. De verbrandingsproducten zijn dan koolzuur en water. Wanneer er niet genoeg lucht wordt toegevoerd, blijven kooldeeltjes onverbrand over en die zetten dan roet af. En de onverbrande stoffen, zoals minerale zouten, blijven als as achter.

Als u een vuur stookt in houtkachels, zijn er een paar dingen waar u op kunt letten voor de veiligheid. Stook liever niet als het mistig is of windstil. Rook en gassen verspreiden zich dan onvoldoende, daardoor kan overlast ontstaan en hopen verbrandingsgassen zich op (de schoorsteen trekt dan slecht, zie ook schoorsteen op orde).

Witte of kleurloze rook is een goed teken: hout verbrandt dan volledig in de houtkachel en heeft voldoende zuurstof. Grijze, grijsblauwe of zwarte rook wijst op onvolledige verbranding. Daarbij komen schadelijke stoffen vrij. Zorg dan voor meer luchttoevoer.

Vuur verbruikt veel zuurstof: een gesloten houtkachel heeft per uur vijftig kubieke meter lucht nodig, een open haard tot 250 kubieke meter. Zorg dus voor goede luchtaanvoer, via ventilatieroosters of een open raam.

Volg voor de juiste manier van luchttoevoer de stookvoorschriften van de fabrikant. Ventileren (ramen of ventilatieroosters openen) is hoe dan ook noodzakelijk.

Zeker in een goed geïsoleerde woning is het belangrijk om verse lucht aan te voeren via een aparte pijp direct uit de buitenlucht . De aanvoer van verse lucht verloopt in geïsoleerde huizen namelijk te traag. Dan kan onderdruk ontstaan, waardoor rook- en verbrandingsgassen de kamer inkomen, en lucht met radongas uit beton en kruipruimten wordt gezogen. Een open raam of ventilatierooster kan voldoende zijn; controleer dat tijdens het stoken.

Als de verbranding te hard gaat, kunt u bij gesloten houtkachels en houthaarden de onderste luchttoevoer iets temperen, of deurtjes voor de open haard sluiten. Teveel verse lucht kan oververhitting van de houtkachel veroorzaken. Blijf dus goed opletten hoe de kachel brandt.

Een (haard)vuur in houtkachels of houthaarden  levert de minste schadelijke gassen op als er volledige verbranding plaatsvindt: met veel zuurstof (luchttoevoer) en onder hoge verbrandingtemperatuur. Goede luchttoevoer is hoe dan ook belangrijk, omdat ook bij volledige verbranding schadelijke stoffen vrijkomen.

 

 

  

MENU

Stappenplan vuur aanleggen in houtkachels

Voor de uitvinding van de zwavelstokken de lucifer zat men met het probleem, dat er eerst vuur gemaakt moest worden voordat de haard aangestoken kon worden. De mens bediende zich van vuurslag, het slaan van staal tegen vuursteen. De vonk werd dan opgevangen door een tondel, een linnen lap in een tondeldoos, die dan opvlamde.er schijnt in de oude tijden ook al gebruik gemaakt te zijn van brandglas met minstens aan 1 zijde een bolle vorm, waarop men zonnestralen dan loodrecht moest laten vallen. In elk geval staat vast, dat er in de 17e eeuw nog speciale brandglazen werden vervaardigd om er droog hout mee aan te steken.

Tegenwoordig is het heel wat gemakkelijker om de open haard aan te maken. De meest gangbare manier bestaat nog altijd in het aansteken van in elkaar gefrommelde kranten op de roosterbodem, waarop dan takken of aanmaakhoutjes worden gestapel.

Nog beter is het om die rechtop in het vuur te zetten en om er houtblokken omheen te groeperen.

De brandstof moet in elk geval luchtig opgestapeld zijn. De meer haastigen onder ons gebruiken bovendien nog spiritus of petroleum, en de meer lichtzinnigen zelfs benzine of gaspoken!

Benzine heeft men echter lang niet in de hand en gaspoken zijn zelfs levensgevaarlijk. In tal van plaatsen is het gebruik daarvan ook verboden.

Een nieuwe oplossing, voor het aanmaken van een haard vormen de speciale aanmaakblokjes, die je per stuk 20 minuten branden en het vuur voor weinig geld op gang brengen.

 

Met een blaaspijp of blaasbalg, een pook en een tang komt men verder een heel eind. Het is af en toe namelijk nodig om er wat lucht in te blazen of te pomp en om het vuur op te poken, zodat er lucht bij kan. Hoe verschillend de middelen zijn die door de mensen zijn gebruikt om zich licht en ook warmte te verschaffen, toch hebben alle dit met elkaar gemeenm dat zij van een hoofdbron afkomstig zijn.

Alle ontlenen zij de grondstof voor verwarming tenslotte aan het plantenrijk. Zo luidt een oude waarheid.

De tips: 

  • Leg eerst kleine houtjes los op een paar proppen papier; steek dat aan. 

  • Gebruik nooit spiritus of andere vloeibare brandstoffen om de kachel aan te steken. Dit kan ontploffingen of steekvlammen geven.  
  • Leg daarna grotere stukken hout op het vuur. Stapel niet te veel hout tegelijk, maar vul regelmatig bij. Zo kan de kachel of open haard op volle capaciteit doorbranden.  
  • Stook het liefst met maximale luchttoevoer (ongesmoord), en stapel het hout niet te dicht op elkaar. Zo kan er voldoende zuurstof bij het vuur komen.  
  • Het doven van vuur veroorzaakt onvolledige verbranding en schadelijke gassen. Laat het vuur daarom zo lang mogelijk uitbranden.
  • Laat vuur (‘s nachts) niet zachtjes nasmeulen. Doof het volledig met zand of sluit de luchttoevoer af. Bij nasmeulen vindt onvolledige verbranding plaats en ontstaan schadelijke gassen. 

openhaard houtkachel kalfire open haard schouw

MENU

  

 

Voorkom verkleuring van wanden en plafonds

Het binnenklimaat

Ook al wordt er regelmatig gestofzuigd, in elke woonruimte bevinden zich altijd stofdeeltjes in de lucht. Deze stofdeeltjes zijn goed zichtbaar in binnenvallende zonnestralen.

Zolang de hoeveelheid stofdeeltjes in de lucht beperkt blijft, zult u hiervan waarschijnlijk geen last ondervinden.

Alleen als deze deeltjes door welke oorzaak dan ook in grotere hoeveelheden door de kamer zwerven en vooral als de lucht extra verontreinigd is met roet- en teerdeeltjes, veroorzaakt door bijvoorbeeld het branden van kaarsen of olielampjes of het roken van sigaretten of sigaren, kan men spreken van een slecht binnenklimaat.

MENU

Effecten bij het stoken van een haard of kachel

In een verwarmde woonruimte stroomt afgekoelde lucht langzaam over de vloer naar het verbrandingstoestel. In het convectiesysteem van de haard of kachel wordt deze lucht verwarmd waardoor een snel opstijgende warme luchtkolom ontstaat, die zich dan weer door die ruimte verspreidt. In deze lucht bevinden zich dus altijd stof en andere vervuilende deeltjes die zich zullen afzetten op koude en vooral vochtige vlakken.

Vooral in een nog niet droge nieuwbouw (bouwvocht) zal zich dit probleem kunnen voordoen.

Een ongewenst resultaat daarvan zou een verkleuring van muren en plafonds kunnen zijn. Overigens kan dit verschijnsel zich, bij een slecht binnenklimaat, ook in zekere mate voordoen bij radiatoren, verlichtingsarmaturen en ventilatieroosters.

MENU

Het ‘Fogging-fenomeen’

Bij nieuwbouw of het renoveren van woningen worden vaak producten gebruikt waarin weekmakers zijn verwerkt zoals verf, stukadoor materialen, laminaat, vloerbedekking, etc. Uit deze materialen ontstaan gassen die vaak nog maanden lang in de ruimte kunnen voorkomen. In combinatie met zwevende stofdeeltjes kunnen deze gassen vieze plekken veroorzaken op wanden, plafonds en kunststof (roosters, schakelaars etc.). In de literatuur wordt dit als het ‘Fogging-fenomeen’ beschreven. Dit Fogging-fenomeen treedt vooral op bij het gebruik van olielampjes en kaarsen maar kan ook bij het stoken van een haard of kachel voorkomen.

 

MENU

Hoe kunt u deze problemen zoveel mogelijk voorkomen?

 ·        Bij een nieuw gemetselde schouw of na een verbouwing, minimaal 6 weken wachten voordat u gaat stoken.  Het bouwvocht moet namelijk geheel verdwenen zijn uit wanden, vloer en plafond.

 ·        Het vertrek waar de haard of kachel staat moet goed worden geventileerd.

 ·        Maak zo weinig mogelijk gebruik van kaarsen en olielampjes en houd het lont zo kort mogelijk. Deze ‘sfeerbrengers’ zorgen voor aanzienlijke hoeveelheden vervuilende en ongezonde roetdeeltjes in uw woning.

 ·        Roken is niet alleen slecht voor uw gezondheid. Rook van sigaretten en sigaren bevat ondermeer teerstoffen, die bij verhitting eveneens op koudere en vochtige muren zullen neerslaan.

 

houtkachel barbas attika firo hase morso jotul

MENU

Brandstofkeuze voor houtkachels of houthaarden

Het rendement van het houtkachel stoken is doorgaans lager dan dat van een gewone cv-ketel op gas. De meeste houtkachels of open haarden hebben mensen dan ook in huis voor de sfeer, en niet als primaire bron van verwarming. Vrijstaande houtkachels, pelletkachels en tegel- en speksteenkachels zijn wel goede warmtebronnen. Hun rendement kan oplopen tot negentig procent. Stook in de houtkachels of houthaarden geen andere materialen dan de brandstoffen uit het rijtje hieronder. Soms kan de verleiding groot zijn om geverfd of geïmpregneerd hout op te branden, of restjes spaanplaat, triplex of hardboard. Maar bij verbranding hiervan komen kankerverwekkende stoffen vrij, zoals dioxinen, etaalverbindingen, formaldehyde en zoutzuur. Dat gebeurt ook als u plastic, papier, textiel en melkpakken verbrandt. Daarvoor is een houtkachel of houthaard absoluut niet geschikt.

MENU

 Houtkachels stoken op briketten en houtpellets  

 

Houtbriketten zijn de eerste keus voor de houtkachels stoken in huis. Ze bestaan uit geperste houtkrullen en houtvezels: afvalproducten uit de houtindustrie. Verder zitten er geen toevoegingen in.

Houtpellets bestaan uit dezelfde grondstoffen, maar zijn veel kleiner dan houtbriketten. Alleen een pelletkachel of cv-ketel is geschikt voor het stoken van houtpellets.

We zien steeds meer pelletkachels. Als brandstof gebruiken ze dus gedroogd hout dat onder hoge druk tot cilindervormige korrels is samengeperst. Met een rendement van meer dan 80% zijn ze vriendelijk voor het milieu... en de portemonnee.

MENU

 

Houtkachels stoken met hakhout  

Op de tweede plaats is hakhout heel geschikt voor het stoken van houtkachels. Het heeft wel een hoger vochtgehalte dan de briketten. Daardoor brandt het vuur minder efficiënt, en blijft de temperatuur lager. De verbranding kan daardoor onvolledig zijn, waardoor schadelijke verbrandingsgassen ontstaan. Tips om goed en efficiënt om te gaan met hakhout.

MENU

Verwarming door houtkachels gestookt op zaagsel paraffine of bruinkool

Briketten van zaagsel, paraffine of bruinkool zijn uit milieuoogpunt derde keus. Paraffine bevat stoffen die bij verbranding schadelijke stoffen opleveren, zoals roetdeeltjes. Uit bruinkoolbriketten komen stikstofoxiden (NOx), fijnstof, zwaveldioxide (SO2) en koolmonoxide (CO) vrij. Verder komen bij het stoken giftig arseen en zink in de lucht.

MENU

 

Hakhout drogen, verkrijgen, kopen, hoe ga ik om met brandhout

 

 

Handig hout drogen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hakhout moet goed droog zijn voor gebruik. Droog hout krimpt, gaat scheuren en de schors laat gemakkelijk los. Korte gekloofde blokken (tussen 25 en dertig centimeter) die in de wind liggen, drogen het best. Een geschikte bewaarplaats is buiten onder een afdak. Daar kan de wind er goed bij maar ligt het hout beschut tegen regen. Overdek het hout niet met plastic. Beschimmeld hout is te vochtig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hout met 20% vocht is droog genoeg om te stoken. Vers hout bevat 80% vocht en dat moet er eerst uitdrogen. Want nat hout geeft veel minder energie en warmte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het drogen duurt 1 tot 2,5 jaar. Es, linde, wilg en berk (1,5 jaar drogen) en fruitbomen, eik en beuk (2,5 jaar drogen) leveren favoriet brandhout. Let er op dat de houtblokken niet te dik zijn, want dunner hout droogt sneller en brandt beter.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De ideale maat is 33x7x7cm.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Droog hout herkent u aan krimpscheurtjes, het lichtere gewicht  en de afwezigheid van natte geuren. Droog hout sist niet in het vuur en laat veel minder roet achter.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hout is nat van de groeisappen en die gaan er het beste uit door de wind.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dus droog het hout op een plaats waar de wind er goed bij kan. Een beetje regen of sneeuw kan geen kwaad.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tabel droogtijden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Houtsoorten die veel hars bevatten, zoals den, spar en lariks, zijn minder geschikt als brandstof voor houtkachels of houthaarden: de hars geeft namelijk veel vonken. Bovendien laten deze soorten meer teer (creosoot) achter in het rookkanaal van de kachel maar ook in de haard zelf.

In de tabel staan gemiddelde droogtijden per houtsoort.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Houtsoort

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Droogtijd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Den, Populier

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Linde, Wilg, Spar, Berk, Es, Els

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,5 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fruitboom, Beuk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eik

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,5 jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat is hout eigenlijk?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onder invloed van zonlicht bouwt een boom houtcellen op uit kooldioxide (CO2), water en mineralen. In feite is hout dus opgeslagen zonne-energie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijdens dat groeiproces onttrekt de boom CO2 aan de lucht en geeft er zuurstof voor terug [zie afbeelding].

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als brandstof is hout ideaal, ook uit milieuoverwegingen. Want als we het hout ongebruikt zouden laten en laten verrotten, dan komt er dezelfde hoeveelheid kooldioxide (CO2) vrij als bij verbranding. In milieutermen gesproken; hout is CO2-neutraal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schoorsteenbrand, schoorsteen kwaliteit en onderhoud

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De schoorsteen… een vernuftig iets.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Wanneer de eenvoudige metselaar zijn best doet de kamerhaard de nodige trekking te bezorgen en toch de verscheidene pijpen zo aan te leggen dat de hitte niet te snel vervliegt; wanneer het er de boer om te doen is dat zijn haard warm blijft en niet rookt; blijft wel dat ‘het bouwen van de schoorsteen waarlijk een proefstuk voor de metselaar is, terwijl de noodzakelijkheid de vrije toegang van de mond van de schoorsteen te weren of te beletten dat regen of zonneschijn voor het optrekken van de damp nadelig zij, tot menige vernuftig uitgedachte inrichting geleid heeft’,zo staat er in een boekje over het vuur uit de vorige eeuw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De schoorsteen is een vernuftig iets, een kanaal, dat zowel voor de afvoer van de verbrandingsprodukten dient als voor het bevorderen van de luchttrek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Nederland wordt bij de bouw van een huis over het algemeen nog te weinig rekening gehouden met de mogelijkheid, dat de bewoners wel eens een open haard zouden willen hebben. Er wordt bijvoorbeeld een schoorsteen gebouwd van 12 x 12 cm, terwijl voor de kleinste open haard toch zeker al 16 x 16 cm, bij bellfires 21’’ en 18’’ reeds 14 x 14 cm, vereist is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een schoorsteen dient voor de trek, die zo belangrijk is voor een open haard. De trek moet er al zijn voordat er sprake is van vuur. Hij ontstaat doordat vrije luchtlagen langs de uitmonding van het kanaal strijken. Er ontstaat dan een onderdruk en zuigende kracht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In dit verband kan de windsterkte en soms ook de windrichting een woordje meespreken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wanneer de gassen in de schoorsteen lichter zijn dan de lucht erbuiten  stijgen ze op. De trek wordt ook beïnvloed door de lengte van het kanaal, dat zo weinig mogelijk bochten moet hebben en ook zo weinig mogelijk onderbrekingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe groter het rookkanaal des te beter de trek, is een verkeerd uitgangspunt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In een te nauw rookkanaal ondervinden de rookgassen weliswaar te veel weerstand, maar bij een te grote afkoeling van de rookgassen waardoor de trek minder wordt. Het ronde vierkante rookkanaal dient overal, ook bij het uiteinde op het dak, dezelfde afmeting te hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Belangrijk is ook, dat de binnenwanden glad zijn. Alle delen, die in het kanaal uitsteken, hinderen het opstijgen van de rook. Het is dan ook zaak, dat de bochten – zo die erin moeten komen- met zorg gemetseld zijn, zonder stootkanten en vernauwingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is ook gewenst, dat de binnenwanden enigszins poreus zijn om de waterdamp van de gassen en condensvocht op te kunnen nemen en om daardoor te voorkomen, dat er in de haard roetwater valt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om lekken tegen te gaan wordt  het rookkanaal van binnen vertind ( met specie afgesmeerd) en worden de hoeken bijgesmeerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een recht omhoog gaande schoorsteen uit het dak moet komen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daarom zal zo’n kanaal zo geleidelijk mogelijk van richting moeten veranderen, wat slepen wordt genoemd, en die schuine kanten moeten in een enkele geval ondersteund worden door zogenaamde ‘slapers’. Er zijn verschillende soorten rookkanalen gemaakte, en de kanalen opgebouwd met buizen van steen, staal of asbestcement.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De gemetselde schoorstenen hebben van binnen zachte en van buiten harde stenen. De binnenwand moet met metselspecieglas afgewerkt worden en vervolgens vertind en afgekwast. Men kan ook rookkanalen met kanaalstenen in de muur metselen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Buizen hebben het voordeel dat zij rond zijn en vooral bij verbouwingen gemakkelijk te gebruiken zijn. Zij zijn echter weer niet zo sterk en koelen snel af.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ingemetseld voldoen zij beter, maar dat is weer veel kostbaarder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stenen buizen moeten van binnen ongeglazuurd zijn voor het opnemen van het condensvocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het nadeel van buizen is ook, dat zij bij het vegen van de schoorsteen vrij gemakkelijk beschadigd worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In principe  moet er voor elke haard een apart rookkanaal komen. Meer stookplaatsen op een kanaal geven gewoonlijk storingen, en geluidoverlast al gaat dat ook weer  lang niet altijd op.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er wordt bij flat-gebouwen ook wel gebruik gemaakt van ’n moederkanaal waarin meerdere kleine rookkanalen worden opgemonen. De schoorsteen van de eerste haard loopt dan tot het plafond gaat vervolgens in het grote kanaal over. Het is een systeem, dat weer toegepast wordt, nadat het al veel eerder in kastelen was gebruikt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En met succes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De top van de schoorsteen moet uitsteken boven alle binnen 15 meter aanwezige obstakels. De minimum-hoogte van het rookkanaal boven het dak moet wel ongeveer 1 meter zijn, in elk geval 50 cm boven de borstwering om de valwinden tegen te gaan. Maar, zoals gezegd, ook de omliggende bebouwing speelt een rol. Het is herhaaldelijk voorgekomen, dat een schoorsteen na enkele verhogingen pas beter ging functioneren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kwaliteit van de schoorsteen blijft dus wel in de trek bepalen en ’n open haard kan zeer gevoelig zijn voor veranderde weersomstandigheden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een schoorsteenkap kan dan uitkomst bieden. Een dergelijke schoorsteenkap bestaat uit drie elementen zonder bewegende delen, waardoor een constante trek wordt bevorderd en windinvloeden worden geneutraliseerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het goede rookkanaal voor houtkachels en houthaarden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rookkanalen toegepast voor houthaarden zijn onderdruksystemen die de verbrandingsgassen op natuurlijke wijze afvoeren tot buiten de woning.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afvoersystemen zijn op grond van het toegepaste materiaal in te delen in twee hoofdgroepen: afvoerkanalen (gemaakt van steenachtig materiaal), en afvoerleidingen (metalen systemen).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Nederland wordt in de meeste gevallen gebruik gemaakt van afvoerleidingen, omdat dit veelal goedkoper is en bovendien is het risico op onjuist functioneren met metalen systemen wat kleiner.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Bouwbesluit eist geen specifieke materiaalsoort voor afvoersystemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het materiaal moet echter wel brandveilig (NEN 6062) en onbrandbaar zijn (NEN 6064).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De brandveiligheid (en ook andere aspecten zoals lekdichtheid, veegvastheid, etc.) wordt getest volgens norm NEN 2062, ook wel TNO-keur genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verder kan er op een afvoersysteem een KOMO keurmerk zijn aangebracht. Dit afvoermateriaal voldoet naast de NEN 6062 norm, ook aan alle eisen gesteld in het Bouwbesluit en zijn absoluut veilig te noemen. Sinds 2005 moeten alle systemen ook voorzien zijn van een Europees CE keurmerk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er zijn diverse afvoersystemen in de handel verkrijgbaar:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Enkelwandige roestvrijstalen systemen geschikt als aansluitleiding van toestel naar afvoersysteem of als kanaalrenovatie van een bestaand kanaal.

     

  • Dubbelwandige geïsoleerde roestvrijstalen systemen, geschikt als individueel, zelfstandig afvoersysteem.

     

  • Dubbelwandige stenen afvoersystemen geschikt als individueel, zelfstandig afvoersysteem.

     

  • Roestvrijstalen flexibele leidingen (enkel- of dubbelwandig) welke geschikt zijn als kanaalrenovatie.

     

  • Enkelwandige stalen kachelpijp, geschikt als aansluitleiding (in het zicht) van een houtkachel naar een afvoersysteem.

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hieronder volgen een aantal aandachtspunten welke van belang zijn bij de aanschaf en installatie van een afvoersysteem geschikt voor houthaarden:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Rookgassen: maximale rookgastemperaturen zin 600¢ª Celsius, de gemiddelde temperaturen die optreden bij de verbranding liggen rond de 400¢ª Celsius.

     

  • Materiaal: weggewerkte systemen (dus niet meer bereikbaar) zijn vervaardigd van roestvrijstaal kwaliteit 316L.

     

  • Diameter: de aansluitmaat op een houtkachel is ook de kanaaldiameter.

     

Bij openhaarden is de netto vuurmondopening in combinatie met de toegepaste schoorsteenhoogte bepalend voor de uiteindelijke kanaaldiameter.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Isolatie: dubbelwandige systemen zijn voorzien van hoogwaardige isolatie, welke thermische trek optimaliseert, en een veilige installatie mogelijk maakt.

     

  • Kanaaltraject en uitmonding: om de goede werking van natuurlijke trek te garanderen, dient het juiste kanaaltraject van te voren bepaald te worden. De uitmonding bij puntdaken dient in de nabijheid van de nok te zijn, en ook belendende bebouwing (bijv. een uitbouw) kan nadelig werken op de natuurlijke trek van een afvoersysteem. Ook dient het kanaaltraject een zo verticaal mogelijk verloop te hebben. Toepassen van maximaal 2 bochten van 45 graden is toegestaan. De installatie-instructies geven hier de noodzakelijke informatie.

     

  • Kanaalrenovatie: in het algemeen kan men stellen dat de oudere bestaande gemetselde rookgaskanalen niet geschikt zijn voor de aansluiting van een kachel of openhaard. Deze kanalen kunnen lekkage vertonen, of de constructie is niet geschikt om hogere rookgastemperaturen te weerstaan, zonder dat er schade ontstaat aan kanaal en/of woning. Advies kan dan zijn om het kanaal te renoveren.

     

Dit kan door middel van starre roestvaststalen kanaalelementen (bij een rechte schoorsteen) of een flexibele schoorsteenvoering (bij een kanaal met bochten).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tussen de nieuwe voering en het bestaande schoorsteenkanaal past men vermiculite isolatiekorrels toe, die ervoor zorgdragen dat de voering goed op temperatuur blijft tijdens het stoken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Installatie: zorg voor een brandveilige installatie. Alle systemen zijn voorzien van een brandvrije omkokering, opdat de omliggende constructie tegen brand beschermd is.

     

  • Hinder naar omgeving: bij de uitmonding bovendaks dient men rekening te houden met de hinder van de rook naar de omgeving. In de norm NEN 2757 zijn eisen vastgelegd, en ook de installatie-instructie van de leverancier geeft hier aanwijzingen.

     

  • Onderhoud: het reinigen en inspecteren van het afvoersysteem dient 1-2 maal per jaar plaats te vinden. Dit om eventuele schoorsteenbranden te voorkomen. Ter voorkoming van vervuiling van het afvoersysteem, en ook van uw omgeving, dient men uitsluitend te stoken met droog en schoon hout.

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De schoorsteen van houtkachels of houthaarden bepaalt in grote mate of het stoken veilig, gezond en milieuvriendelijk verloopt. Een schone schoorsteen trekt bijvoorbeeld rookgassen sneller weg. Dat is beter voor de gezondheid en verkleint de kans op een schoorsteenbrand. Hoe sterk een schoorsteen trekt hangt af van een aantal zaken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • De diameter van het rookkanaal. Bij een te grote doorsnede stromen de gassen te traag omhoog. Er slaat dan brandbare teer neer op de schoorsteenwand, die kan vlamvatten bij sterke hitte. Bij een te kleine doorsnede trekt de schoorsteen niet of nauwelijks. Informeer bij de leverancier naar de juiste diameter voor het rookkanaal van uw type kachel. Bepaling van de noodzakelijke diameter van het rookkanaal.

     

  • De gladheid van de binnenwand: hoe gladder hoe beter. Een ruwe wand vergroot de afkoeling van de gassen en daardoor de kans op het neerslaan van creosoot en andere stoffen zoals roetdeeltjes tegen de schoorsteenwand. Hierdoor kan schoorsteenbrand ontstaan. Een stenen schoorsteen kan daarom gevoerd worden door een dubbelwandige flexibele RVS voering. Let op de voering moet altijd glad zijn van binnen. De voering maakt een bestaand schoorsteenkanaal weer als nieuw. Als het rookkanaal lek is kan dit in vele gevallen een uitkomst zijn voor continuering van houtkachelplezier. Vragen over schoorsteen renovatie ?

     

  • De bochten in het kanaal: hoe minder hoe beter, ze verminderen de trek. De tracé-bepaling van het rookanaal van houtkachels en houthaarden dat qua uitmonding altijd vrij moet staan en enigszins boven de omgeving uit is maatgevend voor het gebruik van evt. bochten. In geval van betonvloeren of daken wordt de plaats van boringen bepaald aan de hand van lasermetingen. Vragen over het beste tracé ?

     

  • Isolatie van het rookkanaal: dat voorkomt dat gassen afkoelen en neerslaan tegen de wand. Net als dat er honderden merken houtkachels en houthaarden in de handel zijn is sprake van zo’n dertigtal merken geïsoleerde RVS dubbelwandige pijp. De ene pijp is de andere niet, er zijn naast de prijs grote verschillen in wanddichtheid, isolatiewaarde en montage vriendelijkheid. De wijze van het noodzakelijke tracé, de bouwwijze van de woning en een aantal klantenwensen bepalen de keuze van het rookkanaalsysteem dat het beste bij de situatie past. Vragen over de beste geïsoleerde dubbelwandige pijp in uw geval ?

     

  • Wanddichtheid bevordert de trekopbouw mogelijkheid in het rookkanaal. De vakman kan bij twijfel middels trekmeting vaststellen of het rookkanaal voldoende trek kan opbouwen voor de gewenste houtkachel. Houtkachels en houthaarden hebben niet allen dezelfde trek nodig. Trekmeting ?

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schoorsteenbrand uitmaken

 

  • Doof het houtvuur in de houtkachel met zand of soda, om rook in uw huis te voorkomen. Gebruik nooit water, dat kan ontploffingen veroorzaken!

     

  • Sluit direct de schoorsteenklep in haard of kachel

     

  • Sluit de luchttoevoer af, dus sluit deurtjes van de kachel of haard

     

  • Waarschuw de brandweer

     

  • Ventileer nadat het vuur is gedoofd de ruimte, zodat eventuele koolmonoxide verdwijnt

     

 

Onderhoud van het rookkanaal, schoorsteenvegen

 

 

 

 

Eenmaal per jaar is men verplicht de schoorsteen te laten vegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meestal gebeurt dat aan het eind van een stookperiode. De schoorsteen moet dan vrijgemaakt worden van het roet dat zich gemakkelijk tegen de wanden en wangen afzet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het vegen gaat met behulp van een kogel met bezem aan een zwaar koord of aan in elkaar te schuiven stokken van boven naar beneden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Door op het op en neer laten gaan van de borstel wordt het kanaal gezuiverd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wanneer de schoorsteenveger er boven niet bij kan is er gewoonlijk op de zolder wel een zogenaamd veegluikje van gietijzer of beton, maar het is natuurlijk veel beter om een schoorsteen zonder luikjes te hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beneden wordt de open haard tijdens het vegen op een of andere manier afgedekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een schoorsteenafdekking op het dak is ook wel aan te bevelen om het inregenen te voorkomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Men heeft daarvoor platen van natuursteen, gewapend beton of platen van koper, brons of met lood bekleed plaatijzer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De afdekking moet wel ongeveer 5 cm oversteken. Er bestaan ook schoorsteenkappen van aardewerk, asbestcement, van gegalvaniseerd plaatijzer en gegalvaniseerd zink.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Die dienen niet om een schoorsteen beter te laten trekken, maar om de luchtwervelingen op te heffen, waardoor de trek meer constant blijft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er wordt ook wel boven op de schoorsteen een ijzeren rooster gelegd om te voorkomen dat vogels zich daarin gaan nestelen, waardoor de kans op een schoorsteenbrand uiteraard wordt verhoogd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De open haard zelf kan men ook nog van een kap voorzien, van een rookvanger, die op het kanaal aangesloten is. Deze werden al vanaf 1100 gebruikt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En dan zijn er tenslotte nog de afsluitkleppen in de haard, die weer voorkomen, dat er kamerwarmte verloren gaat wanneer de haard niet in gebruik is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Minimaal een keer per jaar moet dus de schoorsteen worden geveegd. Bij continu gebruik in de winter is twee keer per jaar beter. Laat de schoorsteen dan ook meteen controleren op scheuren en lekkages.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


In plaats van een lekkende, niet-gasdichte schoorsteen te repareren, is het dus ook mogelijk een flexibel roestvrijstalen binnenkanaal aan te (laten) brengen in het gemetselde kanaal. Dat is wel een specialistische klus. Laat in ieder geval controle uitvoeren voordat u zo'n schoorsteen gaat gebruiken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Asbest rookkanaal, wat nu ?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schoorstenen die zijn gebouwd voor 1983 kunnen asbest bevatten. Een gespecialiseerd bedrijf kan dat voor u controleren. Het vegen van asbesthoudende schoorstenen is aan strenge veiligheidseisen gebonden. Daarom is het duurder dan een gewone veegbeurt. Een goed alternatief kan zijn juist deze rookkanalen te voeren. Vragen over uw rookkanaal ?

Over smeden, schoorsteenvegers, as en rook.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Talloos zijn de volksverhalen over de bovennatuurlijke krachten die smeden bezaten en welke ze ontleenden aan het heilbrengende vuur, dat immers in zijn warmteproductie ook door de officiële geneeskunde wordt ingeschakeld om ziekten te bestrijden. Hun empirische kennis leidde ertoe, dat smeden dikwijls als wonderdokters optraden. Vermaard in Nederland was in de vorige eeuw de smid van Ide in Drenthe, die iedere  vrijdag in de jelieskelder aan de grote markt te Groningen consult hield en daar door hem geslagen spijkers ter genezing van breuken verkocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rookgasventilatoren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rookgasventilatoren zijn er over het algemeen in 2 varianten, n.l. ventilatoren voor openhaarden gestookt op hout, en ventilatoren voor openhaarden gestookt op gas.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wanneer een openhaardkanaal  de juiste diameter, lengte en uitmondingsgebied heeft, zal er over het algemeen geen rookgasventilator noodzakelijk zijn, daar alle rookgassen netjes worden afgevoerd via het afvoerkanaal. Is er echter sprake van een bestaande situatie waarbij er aan één of meerdere van bovenstaande eisen niet voldaan is, kan er rookterugslag naar de opstelruimte optreden en zal het noodzakelijk zijn een rookgasventilator toe te passen dit zijn speciale ventilatoren, die bestand zijn tegen de hoge rookgastemperaturen die optreden bij verbranding van hout in openhaarden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het juiste type ventilator is afhankelijk van de diameter van het bestaande rookgaskanaal, en ook de haardopening (oppervlakte) is bepalend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nadelen zijn er helaas ook; een ventilator is altijd hoorbaar in de opstelruimte. Verder is het noodzakelijk de ventilator regelmatig te reinigen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Milieubelasting door houtkachels of houthaarden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hout stoken heeft nog wel eens een slechte reputatie. Mensen met luchtwegproblemen en jonge kinderen kunnen last hebben van de roetdeeltjes die vrijkomen. Vooral bij open haarden en oude houtkachels is dit het geval. Echter, de nieuwe generatie houtkachels en -haarden heeft een sterk verbeterde technologie met een optimale verbranding. Kiest u voor een gesloten systeem met secundaire verbranding, dan worden de vrijkomende gassen - voor ze door de schoorsteen naar buiten verdwijnen - volledig verbrand. Zo worden alle brandbare gassen benut voor verwarming: de uitstoot is lager, het rendement hoger. Last met de buren voorkomt u ook door uw schoorsteen tijdig te laten vegen: minimaal één keer per jaar. Dit is tevens belangrijk ter voorkoming van schoorsteenbrand. Stook daarnaast altijd met luchtdroog, onbehandeld hout (dus ook zonder verfresten). Dan komen er geen schadelijke stoffen vrij.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Nederland wordt steeds meer gebruikgemaakt van duurzame of groene energie. Bekende voorbeelden van dergelijke energiebronnen zijn wind, water en zon. Iets minder bekend, maar verantwoordelijk voor ruim 50% van onze duurzame energie, is bio-energie: energie op basis van biomassa, dus natuurlijke materialen. Met een aandeel van 10% van de totale bio-energie staat de houtkachel op de derde plaats. De consument moet meer doordrongen worden van de milieuvoordelen van de houtgestookte haard of houtkachel, vindt de Vereniging Haard en Rookkanaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De houtkachel speelt een onderschatte rol binnen het thema bio-energie en volgens de Vereniging Haard en Rookkanaal is dat onterecht. “Houtkachels worden niet gestimuleerd door overheid en milieuorganisaties en door sommige gemeentes zelfs ontmoedigd. Mensen denken dat houtverbranding vervuilt. Dat klopt, maar alleen als het gaat om verkeerd materiaal en slechte verbranding. Een open haard bijvoorbeeld ruik je altijd, want het is een open gat en er komt veel lucht bij."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De houtkachel of houthaard wordt in veel gevallen op één lijn gezien met de open haard. "Volgens het Bouwbesluit moet het aantal open haarden omlaag", aldus de Vereniging Haard en Rookkanaal. "Voor aannemers wordt de bouw van rookkanalen, via allerlei regels, dan ook flink moeilijk gemaakt. Maar er is een groot verschil tussen open haard en houtkachel. Een open haard heeft tijdens verbranding een maximaal rendement van 30%. Veel energie gaat verloren om de lucht en de rookgassen in het kanaal in beweging te krijgen. Maar door diverse ingenieuze verbrandings- en beluchtingstechnieken geeft de houtkachel veel meer rendement, tot wel 80%. En dat terwijl volgens het CE-keurmerk 30% rendement al voldoende is."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Houtkachels en houthaarden zijn mits zij voldoen aan de juiste normering en goed worden gestookt CO2-neutraal !! Die boodschap wil de Vereniging veel duidelijker gaan communiceren. "De houtkachel moet uit het verdomhoekje komen. Het milieuaspect is daar heel belangrijk. Een houtkachel is duurzaam want hout is vernieuwbaar en bij houtvuur komt evenveel CO2 vrij als bij het verrottingsproces van hout in de natuur. De houtkachel is dus CO2-neutraal maar geeft wel extra warmte." De consument moet er dan ook door de overheid attent op worden gemaakt dat sfeerverwarming met een houtkachel ook energie kan opleveren. "80% van de mensen stookt voor de sfeer, maar we noemen het niet voor niets ‘sfeerverwarming’. Dat het ook warmte oplevert, is mooi meegenomen. Wij zien dat steeds meer consumenten ontdekken dat stoken met een houtkachel slim is. Het duurste hout kost 85 euro per kuub. Dat is nog maar de helft van wat je bij de gasleverancier kwijt zou zijn."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als er goed wordt gestookt, dan komt er geen duidelijk zichtbare rook uit het kanaal. "De rook uit de schoorsteen hoeft niet per se vuil te zijn. Bij het merendeel van de houtkachels zie je geen rook uit de schoorsteen komen. De brandstof is dan ook steeds beter onder controle. Te nat hout geeft eerst een pluim rook voor verdampt vocht en dat betekent veel energieverlies. Maar als er wordt gestookt met droog en schoon hout, dan is de houtkachel per definitie milieuverantwoord en energiebewust! Vergelijk het met auto’s die met het oog op het milieu alleen een goede verbranding mogen hebben. Dat is voor de Vereniging Haard en Rookkanaal dé uitdaging om aan de consument te vertellen."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wel is de ‘vaak wispelturige’ consument lastig aan te spreken. "De consument moet gemotiveerd worden om én goed hout én de juiste houtgestookte haard aan te schaffen. Daarmee wordt een haard bedoeld die een hele benedenverdieping kan bijverwarmen, in combinatie met een centraal verwarmingssysteem. De consument koopt natuurlijk allereerst voor de sfeer maar het rendement wordt steeds belangrijker. De consument moet overtuigd raken dat hij met een houtgestookte haard een goede keuze maakt. Je ruikt niets, je ziet niets én het levert energie op. Het scheelt zomaar een paar honderd euro per jaar op de gasrekening."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daarom vindt de Vereniging de rol van de vakman/specialist heel belangrijk. "Want hij kan aangeven welk toestel het beste past in de betreffende ruimte en wat de benodigde capaciteit is. Hij zorgt ervoor dat er geen overcapaciteit is, want dan wordt het stoken met de rem erop. Dat betekent meer rook, meer aanslag in het rookkanaal en meer kans op brand. Daarom wordt het kopen van een houtkachel bij een bouwmarkt bijvoorbeeld afgeraden: het is gewoon gevaarlijk als de haard slecht stookt."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij volledige verbranding in houtkachels ontstaat:

 

  • Kooldioxide: draagt bij aan het broeikaseffect.

     

  • Stikstofoxiden (in mindere mate): medeveroorzakers zure regen.

     

  • Zwaveloxiden: verzurend en schadelijk voor planten en dieren.

     

  • Stof- en roetdeeltjes in de lucht: schadelijk bij langdurige inademing.

     

  • Zware metalen en PAK's: hechten aan stofdeeltjes en zijn schadelijk voor mens en dier bij inademing.

     

Bij onvolledige verbranding in houtkachels ontstaat:

 

  • Koolmonoxide: draagt bij aan het broeikaseffect en is schadelijk bij inademing.

     

  • Koolwaterstoffen: verzamelnaam voor groep stoffen die bijdragen aan het broeikaseffect, en giftig zijn voor mens en dier.

     

  • Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's): kankerverwekkend.

     

  • Benzo(a)pyreen: een van de meest schadelijke PAK's, uitstoot via kachels en haarden bedraagt 33 procent van de totale jaarlijkse uitstoot.

     

  • Roet (teerachtige deeltjes): zet zich af tegen de binnenkant van de schoorsteen, en is brandbaar. Roet bevat vaak ook koolwaterstoffen.

     

  • Dioxine: verzamelnaam voor een groep stoffen die zich ophopen in lichaamsvetten en moedermelk, giftig voor de mens.

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fijnstof uitstoot speelt ook bij houtkachels en houthaarden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bouwprojecten worden stilgelegd, wegverbredingen uitgesteld. In sommige gemeentes geldt een verbod op het stoken met hout. Er zijn nieuwbouwwijken waar de aanleg van rookkanalen niet is toegestaan. Het heeft allemaal te maken met fijnstof. De Europese Unie heeft regels opgesteld om de hoeveelheid fijnstof in de lucht te verminderen. De haardenbranche draagt hier, door het ontwikkelen van nieuwe technieken en goede voorlichting aan de consument, een steentje aan bij.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fijnstof heeft lang niet altijd een menselijke oorzaak. Aan maar liefst 55% van de totale hoeveelheid fijnstof in de lucht ligt een natuurlijke bron ten grondslag. Fijnstof is er in allerlei soorten. Het is een verzamelbegrip voor allerlei soorten deeltjes, zowel vloeibaar als vast, met een grootte van minder dan 10 micrometer (PM10), die variëren in schadelijkheid. Wie aan zee woont, krijgt met fijnstof te maken in de vorm van zeezout. Dit veroorzaakt minimale schade. Het andere uiterste is fijnstof afkomstig van bijvoorbeeld dieselmotoren, dat circa vijf keer zo schadelijk is als moderne, goed gestookte houtkachels.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fijnstof bestaat in verschillende maten. Deeltjes kleiner dan 10 micrometer worden aangeduid met de term PM10. PM staat voor het Engelse ‘particulate matter'. Deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer noemen we PM2,5. Er zijn zelfs deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer. Het probleem met fijnstof is dat de deeltjes doordringen tot diep in de luchtwegen. Ze zijn zo klein dat ze niet gefilterd worden door de slijmvliezen in de neus-, mond- en keelholte. Vooral jonge kinderen en mensen met luchtwegproblemen kunnen er last van hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het verkeer is de grootste bron van fijnstof (circa 41% van de totale hoeveelheid door mensen veroorzaakt). Uitlaatgassen (vooral van wagens die op diesel rijden), de slijtage van wegen en autobanden, het draagt er allemaal aan bij. Ook landbouw (20%) en industrie (22%) hebben een flink aandeel. Elektriciteitscentrales, industriële stookinstallaties, de opslag van graan of kolen, enzovoort. Consumenten nemen 8% van het totaal voor hun rekening. Daarbij kunt u denken aan de barbecue in uw tuin of het stoken van de open haard of houtkachel. Overigens zijn het niet zozeer de asdeeltjes zelf die schadelijk zijn, maar vooral ook de paks (polycyclische aromatische koolwaterstof) die zich aan het minerale asdeeltje binden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe voorkom je overlast

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stookt u op hout? Dan kunt u zelf veel doen om nadelige gevolgen voor de luchtkwaliteit te beperken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Gebruik schoon en luchtdroog hout (laat het voor gebruik 1½ tot 2 jaar drogen).

     

  • Gooi de houtkachel of houthaard niet helemaal vol: één laag hout is vaak al genoeg.

     

  • Stook niet bij mist of windstil weer. De rook slaat dan snel neer, wat buren overlast kan bezorgen.

     

  • Volg de stookinstructies uit de handleiding van uw houtkachel op.

     

  • Vermijd open haardvuren. Daarbij is het rendement laag en de emissie van onder andere fijnstof hoog.

     

  • Bekijk het CE-keurmerk. Dit zogenaamde ‘typeplaatje' geeft aan hoe hoog rendement en emissie van het toestel zijn. U vindt het keurmerk op de achterzijde van het toestel of op het deurtje van de aslade.

     

  • Laat op tijd de schoorsteen vegen (richtlijn: eenmaal per jaar). In geval van schoorsteenbrand kan de verzekeringsmaatschappij hier een bewijs van eisen.

     

  • Koop een toestel dat past bij de ruimte die u wilt verwarmen (zie de grafiek). Bij een kachel die niet op vol vermogen brandt, is de verbranding slechter en zijn alle emissies - dus ook die van fijnstof - hoger.

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat te doen bij kans op overlast?

 

 

In zeer dichtbebouwde gebieden is een open haard of houtkachel in huis vaak een minder goed idee. Maar ook door specifieke omstandigheden kunt u overlast ervaren. Bijvoorbeeld als de wind uit een bepaalde hoek waait.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen is beter dan genezen, wil men sfeerverwarming dan zijn er intussen uitstekende alternatieven op gas. Gasvuren verbranden nagenoeg reukloos en zijn tegenwoordig zeer natuurgetrouw leverbaar. Van oudsher is de open haard de bekendste sfeerbrenger. Maar de laatste jaren hebben de gashaarden en houtkachels met een hoog rendement duidelijk de hegemonie overgenomen. Gashaarden zijn op dit moment bijzonder populair. Vooral het gemak speelt hierbij een belangrijke rol. De consument kan het toestel eenvoudig bedienen, bij veel modellen zelfs met een afstandsbediening. Bovendien hoeft hij niet meer met hout in de weer, de haard of kachel schoon te maken en dergelijke. Ook de verkrijgbaarheid van hout speelt een rol, vooral in de steden. Daarnaast ontbreekt bij veel mensen de ruimte om voldoende hout op te slaan. Informatie over gasvuren, gashaarden en gaskachels ?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rendementen en keuringen van houtkachels en houthaarden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Stichting Platform Haarden en de Vereniging Haard en Rookkanaal zijn het afgelopen jaar volop bezig geweest met de ontwikkeling van een rendementslabel voor houtgestookte toestellen. Op dit label kunt u in één oogopslag zien wat de emissie, het vermogen en het rendement van het betreffende toestel zijn. Rendement is de verhouding tussen de energie die erin gestopt is en de energie die eruit komt. Dat er bij sfeerverwarming uitgebreid wordt gesproken over het rendement is een heel goede zaak. Gastoestellen bijvoorbeeld presteren prima, maar over het rendement van houtgestookte toestellen bestaan veel vragen. Dat betekent niet dat het met het rendement van houtgestookte toestellen slecht gesteld is: het ligt tussen de 70 en 85%. Een open haard daarentegen is niet veel meer dan een gat in de muur met een pijp waardoor de rook en de warmte worden weggeleid. Het rendement van dit type haarden is laag. Bovendien is een optimale verbranding bij dit type haard niet mogelijk, waardoor er meer vervuiling optreedt. Op een goede manier stoken, met luchtdroog hout, helpt daar enigszins tegen. Nat hout gaat te veel smeulen en dat werkt vervuilend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Niet alleen geeft de houtkachel volop romantiek, de toestellen zijn ook technisch sterk verbeterd. De huidige houtkachels geven een hoog rendement en een goede verbranding waardoor de milieubelasting is gedaald. Zij stoken milieuneutraal, want de vrijkomende hoeveelheid CO2 is gelijk aan wat bomen aan CO2 opnemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met het oog hierop bestaat er de zorg over het ontbreken van een gedegen keurmerk voor houtkachels. Jarenlang is de Vereniging Haard en Rookkanaal bezig geweest om een kwaliteitskeurmerk te ontwikkelen. Dat resulteerde in het VHR-keur. Het VHR-keur was gezien de zware normen en (milieu)eisen te vergelijken met de Duitse DIN-norm. Helaas is het VHR-keur per 1 januari 2007 afgeschaft en vervangen door een CE-markering. Daardoor zijn de normen veel soepeler geworden. Voor de branche is dat erg jammer, want er kunnen nu houtkachels op de markt komen die niet aan de gestelde eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voldoet de houtkachel van uw wens aan de juiste normen ?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De ontwikkeling door de branche van een eigen rendementslabel moet de consument helpen om toch een juiste keuze te maken. De consument moet kunnen zien wat het rendement en de uitstoot van elke houtkachel zijn. Het rendementslabel is in 2007 op de markt gekomen. Elke houtkachel heeft zo’n label. Speciaal hiervoor is een onafhankelijke instantie in het leven geroepen, de Stichting Rendementslabel Haarden en Kachels. Zij is verantwoordelijk voor de visualisatie van normeringen op het gebied van rendement en uitstoot. Het voeren van zo’n label is overigens geen verplichting voor de producenten van houtkachels. De verwachting is wel dat het rendementslabel binnen de branche breed wordt gedragen. Om het aan de consument bekend te maken, gaat de branche het rendementslabel uitgebreid promoten, via internet, consumentenbladen en dergelijke. De verwachtingen zijn hoog, want hout stoken is milieuneutraal en de consument wordt steeds milieubewuster. Bovendien, het past natuurlijk perfect in de groeiende zorg over het veranderende klimaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De houtkachel past precies in de ontwikkeling van de klimaat neutrale woning

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een huis laten bouwen dat voorziet in zijn eigen energiebehoefte: het is de droom van velen. Voor het klimaat, maar ook om verlost te zijn van energiebedrijven. Het blijkt nog betaalbaar ook. Een houtkachel schept daarnaast nog een extra element in het kader van sfeervol wonen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Iedereen kent de grafieken waarin de belangrijkste bronnen van C02-uitstoot worden benoemd. Daarbij zijn het verkeer en energieopwekking verzekerd van veel aandacht. De factor ‘wonen’ daarentegen blijft vaak onderbelicht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De winst die hier valt te halen is echter groot. Diverse Europese landen scherpen daarom de normen aan waaraan nieuwbouw moet voldoen. Het einddoel: huizen die ‘energieneutraal’ zijn., ofwel in hun eigen energiebehoefte kunnen voorzien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een van de landen die vooroplopen is Groot-Brittanië. Dat lijkt vreemd, want de Britse regering heeft – alle mooie woorden ten spijt – een povere staat van dienst op milieugebied. Toch zijn er enkele veranderingen op komst die het land zullen helpen de CO2-uitstoot iets te beteugelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De komende jaren worden op de Britse eilanden miljoenen woningen gebouwd om de bevolkingsgroei bij te houden. De huidige woningvoorraad bestaat veelal uit tochtige bouwsels waarin zelfs dubbel glas ontbreekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maar het roer gaat volledig om. Net als de Nederlandse overheid wil de Britse regering dat nieuwbouwwoningen CO2-neutraal worden. Londen is hierbij ambitieuzer dan Den Haag. Er treedt een stappenplan in werking waarbij de strengste regels - voor klimaatneutrale woningen – landelijk gaan gelden vanaf 2016. Nederland mikt op 2020, maar heeft hiervoor nog geen wettelijke norm.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De belangstelling is nu al groot; onder Britse huizenbezitters en woningbouwcorporaties is ‘groen’ in opmars. Bij burgers speelt mee dat energiebedrijven verre van geliefd zijn. Ze worden verdacht van prijsafspraken en woekertarieven. Dankzij deze ontwikkeling wordt de ontwikkeling van houtkachelverkoop reeds jaren gestimuleerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De grote vraag is hoeveel dit ‘nieuwe bouwen’ gaat kosten. Want groen geldt als duur. Al die superisolatie,  zonnepanelen en andere maatregelen brengen forse investeringen met zich mee. Bij een houtkachel is de terugverdientijd meest vlot zichtbaar te maken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Slimme architecten en projectontwikkelaars zijn echter al begonnen met ontwerpen en verkopen van betaalbare, extreem energiezuinige woningen. Het Londense architectenbureau Zedfactory bracht onlangs een woning op de markt die nu al voldoet aan de strengste toekomstige Britse eisen (‘Code 6’). Het kant-en-klare concept, RuralZed genaamd, was een grote publiekstrekker tijden een recente bouwbeurs in Londen. De ontwerpers claimen dat de opdrachten binnenstromen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De prijs voor het energiezuinigste model van honderd vierkante meter (drie slaapkamers), inclusief 21 zonnepanelen op het dak: omgerekend 192 duizend euro, waarbij de bouwkosten zijn inbegrepen. Voor Britse begrippen is dit zeer goedkoop. Doe-het-zelvers krijgen 15 procent korting.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘We hebben er jaren aan gewerkt’, zegt Matthew Hoad, een van de betrokken architecten. ‘Het eerste prototype hebben we al in 2004 gebouwd. Samen met een aantal partners hebben we het ontwerp geperfectioneerd, om de kosten zo laag mogelijk te houden en het energierendement te optimaliseren.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het huis, dat een beoogde levensduur van minimaal 125 jaar heeft, bestaat uit een eenvoudig maar oersterk houten frame dat twee verdiepingen kan dragen. Het skelet kan worden aangekleed met tal van voorzieningen, al naar gelang de gewenste milieuprestaties.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoveel mogelijk materialen zijn gerecycled. De woning is zo ontworpen dat het bouwwerk warmte maximaal vasthoudt, en deze langzaam vrijgeeft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De topmodellen hebben een voorziening voor de opvang van regenwater, een zonneboiler, een efficiente en schone houtkachel en desgewenst een windmolentje op het dak.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volgens Zedfactory hoeft een doorsnee gezin in zo’n huis niet langer stroom te betrekken van het landelijke elektriciteitsnet, hoewel de aansluiting aanwezig is. Extra verwarming in de winter komt van een kachel die brandt op houtafval. De firma zegt plannen te hebben het concept naar continentaal Europa te exporteren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook in Nederland zijn innovatieve aanbieders opgestaan. Het beste voorbeeld is mogelijk de Friese firma Seinen, die al diverse prijzen won met zijn superzuinige goedkope woningen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“We hebben er intussen honderden gebouwd”,  zegt directeur Henk Seinen. Hij begon twintig jaar geleden met het ontwikkelen van energiezuinige huizen. ‘Ik heb altijd gedacht dat het een groeimarkt zou worden. Maar ik doe het ook uit overtuiging.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Steeds meer Nederlanders maken zich zorgen over klimaatverandering, constateert hij. En bij gemeenten en provincies is de belangstelling eveneens groot. ‘Ik geef lezingen door het hele land.’ De doorslaggevende factor voor veel particulieren zijn echter de stijgende energiekosten, aldus Seinen. ‘Het is een heel plezierig gevoel niet langer afhankelijk te zijn van een energiebedrijf. En het scheelt een hoop geld.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een van de beste verkoopargumenten is de prijs. In Friesland bouwt hij nu twee-onder-één-kap woningen voor rond de 210 duizend euro. Voor dat geld krijgen kopers een inhoud van 460 kubieke meter en minstens 150 vierkante meter woonoppervlak. Conventionele nieuwbouw kost lokaal ongeveer hetzelfde , maar heeft geen warmtepomp die aardwarmte benut, een zonneboiler en zonnepanelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle woningen die Seinen nu laat bouwen, zijn intussen zelfvoorzienend wat betreft energie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Binnenkort gaat hij een stap verder, en zullen (vermoedelijk in Joure of Leek) de eerste huizen verrijzen die stroom gaan terugleveren aan het elektriciteitsnet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook Seinen gebruikt het liefst houten skeletten. ‘Ze ademen beter, en ook wat betreft levensduur en het minimale onderhoud scoort hout erg goed. “In tegenstelling tot de Engelsen gebruikt hij geen steenwol als isolatie, vanwege het radongas dat hierbij vrijkomt. ‘We proberen de luchtverontreiniging binnenshuis tot een minimum te beperken.’ Glaswol heeft daarom zijn voorkeur in de ruim 30 centimeter dikke spouwen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Seinen kiest zoveel mogelijk duurzame materialen, maar alleen ‘zolang het verantwoord is’, waarbij hij doelt op de kosten als de wensen van klanten. ‘Het zou prachtig zijn huizen te bouwen van stro en leem, vanwege de fantastische eigenschappen, maar dat willen mensen niet.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In windmolens die particulieren op hun dak kunnen zetten, heeft Seinen momenteel weinig fiducie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Ze zijn nog niet interessant omdat de kosten te hoog zijn. Vooral aan de slijtage en het bijbehorende onderhoud moet nog wat verbeterd worden. Bij zonnepanelen gaat de ontwikkeling sneller. Ze worden goedkoper en efficiënter.’ Bij houtkachels is de ontwikkeling van koppeling met de cv, boiler of de zonnepaneelfunctie zeer aantrekkelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zelf bewoont hij een zeer royale woning, een voormalige pastorie uit 1930. ‘Toen ik erin trok, verstookte ik 18 duizend kubieke meter gas per jaar. Ik heb er intussen zoveel aan verspijkerd dat ik nu op tweeduizend kuub zit. Er is ontzettend veel mogelijk dankzij nieuwe technieken.’  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Op deze website vindt u informatie over vrijwel alle merken en alle typen houtkachels.

  Snelmenu

   Gespecialiseerd in de houtkachel.
> Hoeveel vermogen moet mijn houtkachel hebben?
> Wat is er nog meer van belang voor veel houtkachel plezier?
> Houtkachel stoken is goed voor het milieu.
> Achtergronden met betrekking tot houtkachel-soorten.

 

Informatie over diverse fabrikanten

 

Altech houtkachel 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     

Geurts ( Dik Geurts ) houtkachel 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lotus houtkachel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Anyfire houtkachel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hand�l ( Handol ) houtkachel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nestor Martin houtkachel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

<a href="http://www.houtkachel.biz/bar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


logo vlam 't Stokertje - Niemand weet meer van stoken dan 't Stokertje!

Erkende dealer Sfeerverwarmingsgilde
Klik hier om het nieuwsarchief te openen

Expositie Frans jansen bij Haardenhuys Gelderland